Artikelindex

2.2 Schimmels
Schimmels zijn meercellige organismen en groeien vooral aan de oppervlakte van diervoeders, bij aanwezigheid van vocht. Schimmels zijn geen snelle groeiers en leven vaak in goede verstandhouding met de gisten in zogenaamde biofilms op de oppervlakten. Over het algemeen zijn de schimmels zelf niet gevaarlijk. Enkele schimmelsoorten echter kunnen onder bepaalde omstandigheden mycotoxines produceren. Deze mycotoxines kunnen een gevaar voor de gezondheid van mens en dier vormen. Zo kunnen specifieke mycotoxines vruchtbaarheidsproblemen bij zeugen veroorzaken (bv. zearalenon), de algemene immuniteit verlagen en allerlei orgaanfuncties beïnvloeden. De nutritionele afbraak die plaatsvindt door de schimmels zorgt ervoor dat smaak en geur van het product afnemen. Schimmels worden geremd in hun groei door afsluiting van zuurstof, droging en gebruik van schimmelremmers. Schimmelremmers zijn merendeels organische zuren. Mycotoxines kunnen zowel tijdens de groei van het gewas als tijdens de opslag worden gevormd. Tijdens de opslag spelen temperatuur, vochtigheid, duur van de opslag en conservering een rol. Bij de bestrijding van schimmels worden mycotoxines die al aanwezig zijn niet afgebroken.