Artikelindex

2.3 Gisten
Gisten onderscheiden zich van bacteriën door het bezit van een celkern en zijn groter. Ze kunnen facultatief anaëroob zijn, wat betekent dat gisten zowel met als zonder zuurstof overleven. Hierdoor kan ook in een vloeibaar voedermiddel een probleem met vergisting ontstaan. Door ontwikkeling van gisten worden suikers en zetmeel omgezet in CO2, water en soms alcohol. Wanneer overmatige vergisting in een voedermiddel plaatsvindt, dan kan dit zorgen voor drukverhoging, schuimvorming, verminderde smakelijkheid en voor een sterke afname van de voederwaarde en voeropname. Naast de afbraak van energie zorgen de gisten ook voor verlies van essentiële aminozuren en vitaminen. Het droge stof verlies kan door ernstige gisting wel oplopen tot 25 %. Gisten worden geremd door indroging en/of door toevoeging van organische zuren, zoals melkzuur, propionzuur en mierenzuur.